On the move

Aruba wordt stilaan kleiner aan de horizon.
Deze ochtend moesten we persoonlijk uitklaren met de catamaran in de haven van Barcadera; pas daarna mag je Aruba verlaten.

Er is nauwelijks wind, dus al snel rollen we de Code Zero uit. Dit gigantisch lichte zeil zorgt bij weinig wind voor extra snelheid maar als de wind te sterk aanwakkert moet het meteen weer naar binnen. De hele namiddag lopen we mooi 7–8 knopen. Net na zonsondergang beslissen we toch om de Code Zero in te rollen dat willen we liever niet in het donker doen als de wind toeneemt en al helemaal niet als er een squall passeert.

Maar de wind is al sterker geworden en het oprollen gaat moeizaam. Het gebeurt manueel: JM trekt aan een touw terwijl een trommel het zeil moet oprollen, maar zodra er te veel spanning op komt, rolt het weer gedeeltelijk uit. Het duurt lang en we krijgen het niet netjes opgerold, bovenaan blijft een flapje loshangen. Terwijl de fok alweer staat, zien we dat flapje steeds groter worden. Het zeil begint zichzelf zelfs deels uit te rollen en dat mag absoluut niet want dan blokkeren Code Zero én fok elkaar. Als dat gebeurt, krijgen we geen van beide zeilen nog binnne en het wordt nu écht donker…

We rollen de fok zo snel mogelijk weer in. Net wanneer ik klaar ben, komt er een grote flap van de Code Zero los. Oef, nét op tijd!

We beslissen het zeil terug volledig uit te zetten om het vervolgens opnieuw goed op te rollen maar het komt slechts half uit en loopt vast. Dit gaat fout, als dit te lang blijft klapperen, scheurt het. Er zit niets anders op dan alles naar beneden te laten zakken en het zeil half opgerold helemaal te verwijderen.

Ondertussen is het donker, maar de volle maan helpt ons gelukkig een beetje. Na veel gesleur ligt de Code Zero eindelijk op het dek en tien minuten later zit hij terug opgeborgen in de locker. Genoeg stress voor één avond en gelukkig hebben we de fok tijdig kunnen inrollen, anders hadden we écht een probleem gehad.
Wanneer we bekomen zijn, starten we onze nachtwachten. De rest van de nacht genieten we van de natuurlijke grote lamp aan de hemel en alles verloopt rustig.

Sailing with the Code Zero

 


Cabo de la Vela
De volgende dag ronden we het onder zeilers beruchte Cabo de la Vela bij een aangename 15 knopen wind en een kalme zee. We kennen genoeg gruwelverhalen over stormachtige wind en hoge golven, vrienden van ons verloren hier zelfs een raam tijdens de overtocht dus we zijn blij dat we een goed weervenster hebben gekozen.

Maar hoe dichter we Santa Marta naderen, hoe instabieler de lucht wordt. ’s Nachts krijgen we te maken met onweersbuien. Op de radar zien we ze groeien; hoe feller het geel en rood, hoe sneller we proberen uit te wijken. Rondom ons bliksemt het onafgebroken en de donder rolt continu, maar tot de ochtend worden we gespaard van echte ellende.

Dan komt er een groot onweerssysteem op ons af, onmogelijk te ontwijken. Met 18 knopen tegenwind beuken we op motor vooruit richting Panama. De lol is er nu echt wel af. Volgens de voorspellingen wisten we dat er iets zat aan te komen, maar niet zó vroeg. En achter dit systeem zit nog een paar dagen wind tegen. Daar hebben we weinig zin in.

We passen ons plan aan en zoeken beschutting op de Rosario eilanden, op zo’n 30 mijl van Cartagena (Colombia). We geven wat meer gas zodat we net voor zonsondergang kunnen aankomen. De ingang wordt geblokkeerd door een koraalrif en de boeien die op de kaart staan, bestaan in realiteit niet meer. Gelukkig vind ik via een zeilers app (NoForeignLand) een track van een andere zeiler die we veilig kunnen volgen.

Wanneer we het anker laten vallen, voelen we de opluchting door ons lichaam stromen. Bliksemflitsen trekken nog voorbij en op zee zien we hoge windgolven staan.
Drie nachten blijven we hier, onder onze gele quarantainevlag, want inklaren kan op deze eilanden niet. Luxe beachclubs staan hier in schril contrast met eenvoudige hutjes van golfplaten in het dorp. In het weekend komen luxe motorjachten ‘Instagram-tourtjes’ maken in onze baai. Op zondag, voor de grote drukte, gaan wij anker op.

Op weg naar Panama
De tocht begint windstil. Op één motor tuffen we de nacht in om brandstof te sparen. Maar zoals elke nacht in dit gebied, vormen zich zware onweersbuien. Ontsnappen lukt niet.

De hele nacht stampen we tegen wind en golven. Alles op de boot wordt door elkaar geschud. ’s Ochtends wordt de zee nog ruwer door gekruiste golven, maar uiteindelijk krijgen we beschutting van het land en varen we de baai van Obaldía binnen.

Een paar spinner dolphins verwelkomen ons. We laten het anker zakken in het midden van de baai. Obaldía is het grensdorp met Colombia, ooit, ten tijde van Escobar en drugssmokkel, een echte no-go zone. Nu is het rustig: een militaire post, een immigratiekantoor, een politiepost en enkele lokale huisjes.

We worden onverwacht vriendelijk en in het Engels geholpen bij immigratie. Bij de Port Captain worden we weggestuurd: hij wil twee kopieën van onze paspoorten en bootpapieren. De ‘copy shop’ bestaat uit twee printers en wat kastjes met schriften, heerlijk eenvoudig. Twee dollar later mogen we terug.

Binnen stapelen papieren zich op tot aan het plafond; ik zie geen computer. De Port Captain schrijft en schrijft, papier na papier, soms zelfs met doordrukpapier, dat had ik in jaren niet gezien. Dan komen de stempels… minstens vijf grote stempels die hij op tafel legt en daarna met ongeziene toewijding op elk blad drukt. Het is zó komisch dat ik JM niet durf aan te kijken uit schrik dat ik in lachen uitbarst.

Na 12 dollar “administratiekosten” krijgen we twee keurig gestempelde bundels papier. Eén voor de politie, één voor ons.

We wandelen nog even door het dorp, kopen wat groente en fruit en varen dan verder naar het idyllische Puerto Perme: een ronde baai met een Kuna-dorpje aan de ene kant, palmbomen en een wit strand aan de andere kant en een rif dat de ingang deels blokkeert. Het is paradijselijk… tot de no-see-ums opkomen. We vluchten naar binnen; zelfs muggenspray helpt niets.

Navigeren tussen de riffen van Kuna Yala
Elke dag varen we een korte afstand naar een volgende baai of dorpje om daar de namiddag en nacht door te brengen. Er ligt hier een groot barrièrerif voor de kust, met talloze kleinere riffen en ondieptes. Dit is een andere manier van varen, hieraan moeten we wennen en onze navigatiekaarten kloppen in 80% van de gevallen niet.

We combineren Navionics (op de telefoon & tablet), GuruMaps (satelliet kaarten) en de fantastische Bauhaus-kaarten die ik heb geïmporteerd in OpenCPN op de tablet. Op die manier plannen we onze routes vooruit en controleren we onderweg continu of de kaarten overeenkomen. Een heel gedoe, maar beter safe than sorry.

We volgen waar mogelijk de Bauhaus-routes achter de riffen, zodat we niet telkens naar open zee hoeven. Van waypoint naar waypoint varen we tussen eilandjes, riffen en ondieptes door. Soms moeten we uitwijken voor houten kano’s van locals die onderweg zijn naar hun land. Het voelt bijna als een tropische versie van de oldtimer ritten van vroeger, met het beroemde “bolleke-pijl-systeem”.

We vertrekken elke ochtend vroeg zodat we ’s namiddags tijd hebben om de dorpen te bezoeken. De dorpen zijn verrassend proper, met vuilnisbakken op bijna elke hoek. De hutten zijn gebouwd van bamboestokken en palmbladeren, waterdicht en simpel ingericht: een paar hangmatten, een kist met spullen, soms de 15PK buitenboordmotor midden in de hut. Prioriteiten!
De kleine winkeltjes verkopen vooral blikvoeding, wc-papier, pennen, schriften, losse snoepjes en zakjes oploskoffie. Groenten en fruit kopen blijkt moeilijk. De groene bananen die we kochten, zijn na weken nog steeds groen… en beginnen gewoon te rotten.

 



Plastic, afval en paradijs met barstjes
We willen graag weer eens snorkelen, maar bij de dorpjes doen we dat liever niet: de wc-hutjes zijn boven het water gebouwd, geen riolering nodig hier en er drijft veel afval in het water rondom de boot. De Kuna weten vaak niet wat ze met afval moeten doen en gooien het gewoon in zee. We zien plastic flesjes, chipszakjes en tot onze verbazing zelfs volledige dichtgebonden vuilniszakken voorbijdrijven.

Kun je het ze kwalijk nemen? Ze hebben nauwelijks plaats, geen infrastructuur en dagelijks spoelt er nieuw afval aan uit de oceaan die van andere plekken komt.

 


Eindelijk turquoise water en koraal
Na een week vinden we een prachtig eilandje met palmbomen en een wit strand. Twee lokale vissers komen langs in hun houten kano om langoesten te verkopen. Ze wonen met acht personen op het eiland en leven vooral van kreeftenvangst.

We doen een driftsnorkel met de dinghy achter ons aan en zwemmen langs grote, intacte koraalkolonies. Na de bleaching en koraalziekte in Curaçao doet het deugd om weer gezonde, grote hersenkoralen te zien. We spotten slapende verpleegsterhaaien, een grote stingray en wat grote baarzen.

We genieten van de meest idyllische ankerplekjes tussen kleine, onbewoonde eilandjes met palmen en witte stranden. We verkennen al zeilend en snorkelend de omgeving want we krijgen straks bezoek van het jonge geweld: Leander, Karsten en neef Siebe.

nl_NL